Download Jellema 09 Utiliteitsbouw PDF

TitleJellema 09 Utiliteitsbouw
TagsFire Safety Technology (General) Nature
File Size9.0 MB
Total Pages290
Table of Contents
                            06950521_H00_comp.pdf
06950521_H01_comp.pdf
06950521_H02_comp.pdf
06950521_H03_comp.pdf
06950521_H04_comp.pdf
06950521_H05_comp.pdf
06950521_H06_comp.pdf
                        
Document Text Contents
Page 1

JELLEMA 9

UTILITEITSBOUW

06950521_H00 22-11-2005 08:38 Pagina I

Page 2

omslagontwerp Marjan Gerritse, Amsterdam
vormgeving binnenwerk Peter van Dongen, Amsterdam
opmaak Assist Communications studio, Utrecht
tekenwerk Advies en Tekenbureau voor Bouwtechniek ing F. Oomen, Almere-Stad
Veltman Bouwkundig Ontwerp- en Tekenburo, Delft

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.
Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot
de uitgever wenden.

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor: Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet
Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs.
Voor meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen:
www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 90 06 95052 1
Tweede druk, tweede oplage

© ThiemeMeulenhoff, Utrecht/Zutphen, 2004

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij
elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet
1912 jo het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985,
Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te
voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van
gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurs-
wet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.

06950521_H00 22-11-2005 08:38 Pagina II

Page 145

scheiden we onder andere het warmdak en het
omgekeerde dak, figuur 4.21.

Warmdak
Een warmdak heeft een opbouw bestaande uit
drager, dampdichte laag, isolatie en dakbedekking.
Een warmdak kan bijvoorbeeld als volgt worden
samengesteld: aan de binnenzijde stalen dakplaten
als drager, vervolgens een dampdichte laag, dan
isolatie en een bitumeuze waterkerende laag. Hoe-
wel de staalplaten dampdicht zijn, laten de naden
tussen de platen damp door. Om boven vochtige
ruimten inwendige condensatie te voorkomen,
moet een dampdichte laag op de plaat of alleen ter
plaatse van de naden worden aangebracht.

Omgekeerd dak
Het omgekeerde dak kent een dakpakket
bestaande uit drager, waterdichte laag en isolatie.
Deze dakconstructie wordt vaak bij renovatie toe-
gepast. Het omgekeerd dak kan bijvoorbeeld
bestaan uit gasbetonplaten of kanaalplaten, waar-

op de dakbedekking en vervolgens isolatieplaten
worden gelegd. Deze isolatieplaten worden
geballast met tegels om te voorkomen dat de
platen door de windzuiging opwaaien. De platen
moet vochtbestendig en drukvast zijn zodat op
het dak kan worden gelopen.

4.4 Gevels

De gevel dient in eerste instantie als scheiding tus-
sen het binnen- en buitenklimaat. Daarnaast moet
de gevel de windbelasting en het eigen gewicht
afdragen. Dragende gevels kunnen naast het eigen
gewicht en de windbelasting ook de dakbelasting
afdragen. De gevel wordt meestal samengesteld
uit een dragend of afdragend element, een isole-
rende laag en een waterkerende laag. Zonodig
wordt een dampdichte laag of een spouw aange-
bracht om inwendige condensatie te voorkomen.
Ook bij de gevel hebben we voor de dragende of
afdragende constructie de keuze uit steenachtig
materialen, metalen, hout en kunststof.

De volgende aspecten spelen een rol bij de mate-
riaalkeuze:

• constructie: voor de constructie is het eigen
gewicht, de sterkte en de stijfheid van belang. Op
welke afstanden moet het element gesteund
worden? Welke verbindingsmiddelen kunnen we
toepassen? Hoe en waar kunnen we raam- en
deuropeningen maken?

• scheiding: voor de scheidende elementen zijn
de water-, damp- en luchtdichtheid en eventueel
de brandwerendheid bepalend;

• uitvoering: voor de uitvoering, zijn de handels-
afmetingen, de montagemogelijkheden en de
leveringstijd van belang;

• kosten: de prijs van de elementen en de mon-
tagekosten zijn van belang maar ook de onder-
houdskosten;

• verschijningsvorm: hoe oogt het element?
• onderhoud: hoe snel veroudert het element? Is
het gemakkelijk te beschadigen? Kan het element
gerepareerd en eenvoudig vervangen worden;

• arbozorg: is het materiaal zonder risico’s voor
de gezondheid te verwerken?

• milieu: is het materiaal milieubelastend? Vraagt
de fabricage veel energie? Heeft het element een
hoge restwaarde?

1354 LAAGBOUW

Figuur 4.21 Principe dakconstructies

onderconstructie
dampdichte laag

isolatie
waterkerende laag

omgekeerd dak2

waterkerende laag
onderconstructie

warmdak1
ballast
isolatie

06950521_H04 22-11-2005 16:14 Pagina 135

Page 146

We kunnen naast de gemetselde gevels twee soor-
ten gevelplaten onderscheiden:
1 steenachtige platen: gasbeton-, lichtbeton-,
glasvezelcementplaten, natuursteen, betonnen
sandwichtplaten en prefab-beton gevelelementen;
2 niet-steenachtige platen: golf- en meander- en
doosvormige platen van staal, aluminium, kunst-
stof, trixplexplaten.

4b In deel 4b Omhulling, Gevels worden ver-

schillende typen gevels en gevelmaterialen

behandeld

Ten aanzien van de toepassing voor laagbouwhal-
len geven we hierna een kort overzicht van de
voornaamste toepassingen.

4.4.1 Houten gevels
Een houten gevel bestaat uit regels en stijlen die
de belastingen afdragen. De opbouw van een
houten gevel zou als volgt kunnen zijn (van
binnen naar buiten), figuur 4.22:

• gipskartonplaten;
• een dampdichte laag;
• isolatie tussen de stijlen;
• een multiplexbeschieting op de stijlen om hori-
zontale belastingen evenwijdig aan de gevel op te
kunnen nemen;

• een winddichte en waterdichte laag;
• een spouw;
• een houten bekleding.

4.4.2 Niet-dragende gasbetonplaten
De gevelplaten van gasbeton verschillen slechts in
detail van de dakplaten van gasbeton. Daar de
belastingen op daken groter zijn dan de belasting
op gevels, kunnen de gevelplaten iets meer over-
spannen dan de dakplaten: de maximale over-
spanning is 7,50 m. De platen kunnen in de gevel
zowel staand als liggend worden geplaatst. De
liggende platen worden gestapeld zodat een zelf-
dragende constructie ontstaat. Als geen hoge
eisen aan het binnenklimaat worden gesteld,
zoals bij loodsen en schuren vaak het geval is,
kunnen we de platen ongeïsoleerd toepassen.

4.4.3 Gemetselde gevels
Bij een laagbouw wordt de gemetselde gevel
meestal niet meer als dragende gevel maar alleen
als scheidingsconstructie gebruikt. Gemetselde
gevels zijn onderhoudsarm. Het nadeel van een
gemetselde gevel is dat het materiaal slechts klei-
ne trekspanningen en buigende momenten kan
opnemen, zodat bij grote gevelvlakken de beno-
digde dikte tamelijk groot is, tenzij het metsel-
werk gesteund wordt met stijlen en regels van
beton of staal. Door het metselwerk voor te span-
nen kunnen grotere momenten worden opgeno-
men. Het voorspannen van metselwerk is nu nog
in een experimentele fase.

In het verleden werden gemetselde muren ver-
stijfd met penanten en steunberen, omdat deze
elementen tevens in staat zijn om verticale
belastingen af te dragen, werden deze elementen
voornamelijk in dragende gevels toegepast. Een
moderne toepassing van de dragende gemetsel-
de gevel met penanten is de diafragmawand. Bij
deze wanden worden het binnen- en buitenblad
van een spouwmuur met penanten met elkaar
verbonden, zodat de penanten aan het zicht ont-
trokken zijn, zie paragraaf 4.13 en figuur 4.87.

4.4.4 Gevels met geprofileerde staalplaten
Er zijn drie soorten metalen gevels:
1 de gevel met een binnen- en buitenbeplating op
stijlen en regels waartussen isolatieplaten worden
gelegd;
2 geïsoleerde sandwichplaten;
3 de geïsoleerde gevel bestaande uit een binnen-
doos, isolatie en een buitenbeplating.

136

2 = dampremmende laag
1 = gipsplaat

4 = multiplex beschieting
3 = isolatie

5 = waterkerende laag
6 = spouw
7 = beschieting

verticale doorsnede2

1 horizontale doorsnede

7
6
5
4
3
2
1

Figuur 4.22 Houten gevel

06950521_H04 22-11-2005 16:14 Pagina 136

Page 289

in een bouwput maar op het maaiveld ver-
vaardigd. Vervolgens wordt de kelder naar de
gewenste diepte afgezonken. Het caisson wordt
op diepte gebracht door de grond onder het cais-
son te verwijderen. Bij een pneumatisch caisson
wordt onder het caisson een werkkamer gemaakt
waarin een overdruk kan worden aangebracht.
Zodra het caisson onder de grondwaterspiegel is
gezakt, wordt in de werkkamer een dusdanige
overdruk aangebracht dat het grondwater niet in
de werkkamer kan binnendringen. Nadat het
caisson op diepte is gebracht, wordt de werkka-
mer gevuld met beton of zand.
Eventuele holten tussen de vulling en het dak van
de werkkamer worden met grout geïnjecteerd.
Daar in de werkkamer, zodra het caisson onder de
grondwaterspiegel gezakt is, een overdruk aange-
bracht wordt, kan de werkkamer alleen via een
sluis worden betreden en verlaten. Bovendien
moet men na het verlaten van de werkkamer een
bepaalde decompressietijd in acht nemen om de
caissonziekte te voorkomen. De decompressietijd
neemt exponentieel toe met de overdruk. Bij een
overdruk van drie atmosfeer, is de decompressie-
tijd vier uur. De effectieve werktijd is dan gehal-
veerd zodat de arbeidskosten verdubbelen. Een
overdruk van drie atmosfeer zal nodig zijn als het
caisson gezakt is tot 30 m onder het grondwater-
peil. De druk op het dak en de wanden in de
werkkamer is dan 300 kN/m2, zodat de construc-
tie vrij stevig moet zijn. Tijdens de bouw moet de
druk in de werkkamer worden gecompenseerd
door het gewicht van het caisson en de ballast.
Het gewicht van het caisson en de ballast moet
bij een overdruk van drie atmosfeer dus meer zijn
dan 300 kN/m2. Gezien deze belastingen worden
caissons voornamelijk toegepast voor kelders met
een diepte van 10 m tot 20 m onder het grond-
waterpeil.

Geraadpleegde en aanbevolen
literatuur

1 Abma, J. Satellietgebouw Nederlandsche Bank.
In: Cement 1988/4
2 Berenbak, prof. ir. J. en Arthur de Bos, High-
Rise Buildings. Reader Module BM, Technische
Universiteit Delft
3 Boer, ir. P. den en ir. D.G. Mans, Aspecten van

2796 HOOGBOUW

hoogbouw in relatie tot het constructief ontwerp.
In: Cement 1988/4
4 Boo, ir. A.J. de en ir. D.G. Mans, Delftse poort,
hoogste kantoorgebouw van Nederland. In: Cement
1990/4
5 Boogaard, ir. W.J. van den, Constructief
interessant. In: Cement 1988/4
6 Evers, ing. H.J. en ir. J. Kruizinga, Hoogbouw
op samendrukbare ondergrond. In: Cement 1988/4
7 Groot, ing. F. de, Staal krijgt eindelijk een kans.
In: De bouwadviseur, november 1993
8 Halvorson, R.A., Constructief ontwerpen van
hoge gebouwen. In: Bouwen met Staal nr. 104,
januari/februari 1992
9 Hogeslag, ir. A.J. e.a., Draagconstructies III.
BK 061a, Technische Universiteit Delft
10 Hoogbouw in Nederland. Syllabus symposium
van 8 oktober 1991
11 Joosten, ir. R.B., Hoog bouwen in Nederland.
In: Cement 1991/3
12 Kamerling ir. M.W., Ontwerpprocedure voor
schoorconstructies. In: Cement 2001/2
13 Köhne, J.H., Hoogbouw dwingt tot nieuwe
uitvoeringstechniek. In: Cement 1991/4
14 Koster E., Verticale megastructuur. In: Cement
2001/2
15 Mans, ir. D.G., Ontwerp voor een 100 m hoog
kantoor. In: Cement 1988/4
16 Meersseman, ir. J. en ir. L. de Somere,
Kantoorgebouw Pleiad, Brussel. In: Bouwen met
Staal nr. 109, november/december 1992
17 Oosterhout, dr. ir. G.P.C. van, dr. ir. C.P.W.
Geurts, Trillingen en hoogbouw: comfort en dem-
ping. In: Cement 2001/2
18 Rakke, ir. H.J. en ir. P.K. Post, Hoogbouw in
Hong Kong. In: Cement 1993/5
19 Rembrandt Tower, Amsterdam. In: Bouwen met
Staal nr. 125, juli/augustus 1995
20 Studiereis dispuut Utiliteitsbouw. In: Cement
1993/12
21 Vambersky, prof. ing. J.N.J.A., Hoogbouw een
kwestie van beton en staal. In: Cement 2001/2.

Normen
NEN 6702 TGB 1990, Belastingen en vervormingen
NEN 6740 Geotechniek, basiseisen en belastingen

06950521_H06 23-11-2005 10:58 Pagina 279

Page 290

06950521_H06 23-11-2005 10:58 Pagina 280

Similer Documents